rambotravels.reismee.nl

Laos

Na een lange busrit vanuit Phnom Phen en nog een paar uur te hebben stil gestaan langs de weg tijdens een regenbui waarbij het water zelfs de bus in kwam, kwamen we eindelijk aan in Vientianne. De hoofdstad van Loas. In de bus hebben we kennis gemaakt met een zwitser, Dario die besloot met ons mee te komen naar Vientianne. Na ons te hebben ingericht in het hotel zijn we de stad gaan verkennen. We kwamen er al snel achter dat Vientianne echt totaal niet de moeite waard is. Het is dan wel de hoofdstad maar er valt niks te doen. Het lijkt meer op een te groot dorp. We besloten om zo snel mogenlijk de bus te pakken richting Vang Vieng.

De volgende ochtend hebben we voor vertrek nog een fietstocht gemaakt langs alle hoogte punten. Het leukste was een marktje maar dat was dan ook alles. Daarna zijn we aan onze rit begonnen richting Vang Vieng. In de bus zaten nog een paar engelsen, Danny en Will, aardige gozers dus we besloten met z'n alle in een hotel te gaan. Jammer genoeg was het hotel waar de engelsen in hadden gereserveerd al vol dus eindigden we samen met Dario in een hotel aan de andere kant van de weg.Na wat te hebben gegeten zijn we met zijn alle uit gegaan.

De volgende dag zijn we gaan tuben. Het idee van tuben is dat je een zwemband huurt, je naar het beginpunt ergens op de Mekong rivier laat brengen en dan de rivier afdrijft terug naar Vang Vieng, onderweg zijn er dan allemaal mensen die touwen naar je toe gooien om je hun bar binnen te trekken waar je dan een shotje krijgt. Na ons door een tuk tuk naar het beginpunt bij de rivier te hebben gebracht waren we er al snel achter dat tuben niks te maken heeft met in een bandje de rivier af gaan, maar dat het alleen maar over zuipen gaat. Iedereen laat zich naar het begin punt van de rivier brengen en blijft in een van de eerste drie barretjes hangen. Omdat iedereen dat doet zijn die barren het gezelligste dus neemt niemand de moeite om een band te huren maar laat zich in de avond gewoon terug naar het dorp brengen door een tuk tuk. Bijna niemand gaat echt de rivier af. We zijn ook nog meerdere mensen van school tegen gekomen en een paar vrienden van Floris.

Na de tweede dag besloten we om ons oude plan om door te gaan naar Luang Prabang te vergeten en in Vang Vieng te blijven tot het tijd was om naar Chiang Mai te gaan voor Thais nieuw jaar. Na een paar dagen naar de barren aan het begin punt te zijn geweest besloten we toch maar om de laatste dag te gaan tuben. We vonden dat het toch wel moest aangezien het hele gebeuren tuben heette. Helaas vorderden we zo langzaam dat we in het pikke donker ergens halverwege het beginpunt en het eindpunt eindigden en een tuk tuk terug naar het dorp moesten nemen.

Na 4 nachten en dagen achter elkaar uit te zijn gegaan waren we een beetje vol van uitgaan.De dag erna zijn we vroeg in de ochtend met de bus richting Chiang Mai gereden voor Thais nieuw jaar.

Cambodja

Ja wij zitten nu in Cambodja. Nadat de douanier ons paspoort had opgefleurd met een setje nieuwe stempels stapten wij weer in de bus. Dit keer richting Siem Reap (ennn googlen maar ;-)  ). Tegen de avond kwamen wij aan. Net op tijd het hostel weten te bereiken, aangezien het  Cats en Dogs begon te regenen. 2 dollar per nacht, das winnen!  Volgende dag met de benenwagen door Siem Reap geslenterd. Erg leuk stadje dit; aanrader! Wat info met andere backpackers uitgewisseld en zo onze plannen voor de dag erna vastgesteld. Opstaan en... Ja hoor: fietsen huren. Super relax om weer even te fietsen; klinkt raar, is wel zo! Op naar het Ankor tempelcomplex. Dit complex zou Enorm zijn. Het Khmer volk, de oorspronkelijke benaming van de Cambodjanen, beschouwde dit complex ooit als de hoofdstad van hun land (toen vele malen groter dan het huidige Cambodja). Van tempel naar tempel gefietst. De tocht door het gebied werd beëindigd met een kijkje in de grootste en belangrijkste tempel van allemaal; Ankor Wat. Onze laatste dag in Siem Reap hield een uitje in naar de "floating village". Dit dorpje bestaat uit honderden woonboten. Nog een drijvend weeshuis/schooltje bezocht. Erg gezellig met de kids!  Eenmaal weer aan land sprongen wij terug in de tuk tuk, die ons naar het landmijnen museum Schumacherde. Dit museum was opgericht door een ex-soldaat, die zo geld op haalde om zijn project te kunnen voortzetten; het-landmijn-vrij-maken van Cambodja. 'S avonds teruggekomen en wat gaan drinken.  Volgende ochtend vroeg zaten wij te wachten op de bus naar Phnom Pehn. Bij dezelfde halte zat een paar meter verderop een exacte kopie van Eva Mendes. Ik kon mijn brakke ogen niet van haar afhouden en liep haar zo achterna de bus in. Thomas volgde blind. Bij het uitstappen 5 uur later kwamen wij erachter dat dit niet de bus was die wij hadden moeten hebben; stom. Vijf uur precies de verkeerde kant op, dankje Eva Mendes! 'S avonds super laat kwamen wij aan in Phnom Pehn. In een tuk tuk naar een hostel. Gelijk een afspraak gemaakt voor de dag erna. Lekker tukken.  Opgepikt door de tuk tuk chauffeur, genaamd Alex (erg aardig!). Stop 1 zou Thomas' zijn natte droom doen verwezenlijken. De shooting range. Met een M16 en een shotgun werden vervolgens 2 kokosnoten overhoop geschoten en een target. Moet eerlijk toegeven dat Thomas de betere was. Stop 2 was Choeung Ek, ook wel de killing fields genoemd. Tijdens het bewind van de Rode Khmer zouden de gevangenen, na een false gedwongen bekentenis te hebben afgelegd, worden vervoerd naar een killing field (hier waren er velen van). Aangezien minutieuze duur was werden de gevangenen vermoord op de meest vrede manieren, waarna ze in een groot gat in de grond werden gegooid. 160 per gat was een gemiddeld aantal.hierna werd het gat weer dicht gemaakt met aarde. Tijdens dit bewind is 1/4 van de bevolking omgebracht.  Nog steeds zag je het en der botten uit de aarden steken en kleren omhoog komen (door de regen).  Stop 3 was S-12, ook wel de gevangenis Tuol Sleng genaamd. Dit een oud school gebouw dat omgetoverd was tot een gevangenis tijdens het regime. Hier kon je zien op wat voor een manieren gevangenen werden gemarteld en behandeld. In deze tijd werd je gevangen genomen wanneer je: een tegenstander van het regime was, een geschoolde achtergrond had of wanneer je familie van een van die twee soorten was. Aangezien deze mensen helemaal niets fout hadden gedaan, werden ze gemarteld totdat ze een bekentenis deden(die dus geen kern van waarheid bevatten). Hierna zou je berecht worden, wat betekende dat je werd vermoord. De leiders van dit regime zijn een paar jaar geleden berecht voor hun daden. De echte leider is alleen overleden voor dit mogelijk was.  Na de cellenblokken te hebben bekeken stapten wij weer in de tuk tuk die ons afzette bij de bus terminal. Hier namen wij afscheid van Alex en kochten tickets voor de bus naar Laos.  Lekker gegeten op de markt. Met volle magen rond lopen door het stads centrum en daarna dit verhaaltje typen! Luf ya

Thailand

Vanaf Had Yai naar Krabi met een shuttlebusje.  Krabi is erg rustig maar heel erg relax om te zitten. Lekker eten op verschillende marktjes. Mooi aan het water gelegen en omringd door limestone rotsen.  Thomas is heilig overtuigd dat dit het beste stadje tot nu toe is en verteld over de twee huizen die hij van zins is om aan te schaffen later. Eentje in Zwitserland voor in de winter en eentje in Krabi voor in de zomer. Ik vind dit maar een rare beslissing, aangezien Thomas alle Aziaten schooiers vindt, maar knik bevestigend.  Bij het water komen we een schipper tegen die ons een trip aanbood.  Wij hebben de trip voor de volgende ochtend geboekt, we zouden gaan eiland hoppen. Daarna zijn we gaan avond eten bij een avond marktje waar ook optredens werden gehouden ter gelegenheid van het 125 jarige bestaan van Krabi.  De volgende ochtend werden we vroeg opgepikt door een vrachtwagen die ons naar de boot zou brengen. Daar aangekomen kwamen we er achter dat het toch iets toeristischer was dan verwacht. Gelukkig werden alle mensen verdeeld over meerdere bootjes die niet allemaal dezelfde kant op gingen. We gingen eerst baar een prachtig strandje bij het vaste land waar we even de tijd kregen om rond te zwemmen. Na veel gezeur haalde Floris me over om naar een rots te zwemmen die een stukje uit de kust lag. Nadat we terug waren gezwommen zijn we verder gevaren naar een ander eiland waar we lunch kregen. Daarna voeren we verder naar Chicken island om te snorkelen. Er waren prachtige vissen, maar het grootste deel van het koraal was jammer genoeg dood. Floris en ik hadden ondertussen besloten dat het dak van de boot wel een mooie plek was om te zitten tijdens het varen, wat uiteindelijk resulteerde in een paar verbrande ruggetjes. Een Thais meisje die naast ons op het dak zat bleek wel geïnteresseerd te zijn maar zoals al het vrouwelijke volk hier haakte ze af nadat ze hoorde dat we 19 waren. Ons laatste eilandje waren eigenlijk twee eilandjes, het waren twee onbewoonde bergjes die verbonden waren door een smal strookje zand waar je bij eb overheen kon lopen. Dit waren eigenlijk de mooiste eilandjes, deze werden dus ook overspoelt door toeristen. Op de terug weg naar het hotel begon het te stort regenen dus hebben we de rest van de dag doorgebracht in het hotel. De volgende dag hebben we een boot gepakt naar Koh Phi Phi. Prachtig eilandje waar we de komende twee daagjes vooral op het strand verder hebben lopen verbranden. Ook hebben we kennis gemaakt met de Thaise buckets met plaatselijke rum die ons hartje sneller liet kloppen. Na een paar heerlijke daagjes op het strand zijn we met de boot naar Phuket gegaan. We zaten op Patong beach. Een oord wat voornamelijk is opgebouwd uit clubs en restaurantjes. Floris en ik stonden versteld van de soort winkelcentrums gevuld met alleen maar barren. Helaas was er naast uitgaan en eten geen ruk te doen dus hebben we het grootse deel van de dag films lopen kijken in onze heerlijke hotel kamertje met airco. Daarna een heerlijke maaltijd en genieten van het nachtleven in Patong. Na dit twee dagen te hebben volgehouden zijn we begonnen aan onze 34 uur durende bus rit naar Siem Reap, Cambodja.  

Maleisië

Het is rond middernacht als wij aankomen op een verlaten station ergens in Maleisië. Verkeerde station... Helaas heeft dit dorpje geen ATM en zijn wij cash-loos. Wij zitten dus vast in de middle of nowhere. Ik vind zwart rijden een oplossing en maak mij dus ook geen zorgen hierover. Terwijl ik zingend over het perron ijsbeer, is Thomas dikke vrienden geworden met de stationsbaas (wist niet dat er zoiets bestond). De mooiboy krijgt de baas zo ver om zijn werknemers te bevelen een oogje dicht te knijpen; wat onze kaartjes betreft. Zodra de machinist zijn peukje heeft opgerookt en besluit dat hij er opzich wel weer tegenaan kan gaan, wordt de trein gestart en voor gereden. Wij pakken de trein naar JB (waar vandaan de trein naar Kuala Lumpur enkele uren later zal vertrekken).  Aangekomen in Kuala Lumpur pakken wij de monorail naar het station Bukit Bintang. Hier gaan wij opzoek naar een hostel. Mooi hotelletje gevonden en tukken maar. Wij hadden immers nog een paar uurtjes slaap in te halen. Uitgerust trokken wij Kuala Lumpur in om te gaan ontbijten. Lekker gegeten op een marktje, door naar China town. Het plan om naar het nationaal museum te gaan werd verworpen toen wij er achter kwamen wat de sluitingstijd was. 'S avonds gegeten op de nightmarket.  De volgende morgen begaven wij ons naar de Petronas towers. Lekkah rondkijken en shoppen! Uitgekeken liepen wij terug richting een random uitgekozen kant. Uit het niets bevonden wij ons opeens op een studiebeurs. Na een tijdje rondgekeken te hebben en met verscheidene mensen een babbeltje gemaakt te hebben was het tijd om te lunchen (wat schrijf ik lekker uitgebreid hè ;-) ). Terug in het hotel was Thomas zoet met Skype. Ik wilde toch nog naar het national museum, dus daar ging ik. Heenweg met de taxi; flink afgezet. Leuk museum, liggen ook nog de stoffelijke resten van een van de eerste mensen op aarde.  Voor de weg terug had ik geen zin om weer afgezet te worden. Lopen dan maar. Na 7 snelwegen te zijn over gestoken kwam ik in een buitenwijk van Kuala Lumpur terecht. Vanaf daar was de weg wel weer terug te vinden (handige ligging voor een nationaal museum ;-)). Toen Floris terug was besloten we om roti te gaan eten bij een indiaanse tent. Er werkten allemaal super aardige mensen die maar eten bleven aanslepen en praatjes kwamen maken. Uiteindelijke hebben we daar enkele uurtjes doorgebracht. Die avond was het St. Patricks day dus er waren allemaal feesten in de stad waar we wel een kijkje wouden nemen. De eerste indruk was dat het echt super lame was. De straat met alle clubs en barren stond helemaal vol met mensen waarvan maar een stuk of 15 stonden te dansen terwijl de rest er foto's van stond te nemen. We besloten toch maar een biertje te gaan drinken. Na erachter te zijn gekomen dat drank totaal niet samen gaat met de malaria pillen die we slikken zijn we maar terug gegaan naar de avond markt die blijkbaar de hele nacht door open is om een avond snack te nemen voor het slapen gaan. Prostituees zijn hier erg intelligent btw. De volgende dag moesten we vroeg op om een bus te zoeken die ons naar Taman Negara kon brengen, een nationaal park in het midden van het land. Na veel moeite te hebben gedaan uiteindelijk een bus gevonden die ons naar jerantut kon brengen, een dorpje in de buurt van het park waar we een nacht besloten  door te brengen. De dag erna gingen we per bootje richting het park. Het was echt fantastisch met een bootje door de jungle. Ik lag alleen wel een groot deel van de rit te slapen en het moment dat ik wakker werd viel Floris snel in slaap wat betekende dat het mijn beurt was om op de tassen te letten. Aangekomen in Kuala Tahan hebben we een hotteletje gevonden aan de rivier. Aan de andere kant van de rivier lag het park. We zijn de rest van de dag bezig geweest met informatie opdoen over de route die we wouden afleggen want de meeste mensen zeiden dat we daar een gids voor nodig hadden, maar de parkwacht dacht dat we wel zonder konden wat we dus uiteindelijk ook gedaan hebben. De volgende dag gingen wij van start. Ingeslagen voor 3 dagen; twee flessen water, een pak crackers, een pak oreo's en 4 blikjes tonijn met een sausje (per persoon). Na een uur of 2 te hebben gelopen werd het ons duidelijk dat onze water voorraad onvoldoende zou zijn voor deze tocht. Het was enorm warm en de luchtvochtigheid werd door ons op 100% geschat. Zwetend als fonteintjes ramboden wij ons een weg door de jungle. Na 1,2 km kwamen wij aan bij de canopy walkway. Een traject van touwbruggen door de bomen heen. Na deze te hebben uitgelopen begaven wij ons weer naar de geschikte route. Nog 9,8 km te gaan. Wat een hel met deze omstandigheden. Na 7 uur kwamen wij aan bij de hut. Deze hut zou ons overnachting bieden. Lekker douchen, was nodig ;-). We waren toch minstens 4 liter vocht kwijt geraakt.  Niet veel later werden wij vergezeld door een Duits koppel, een Duitser, een Engelsman en een Spaanse.  Volgende dag vroeg op. Geen probleem aangezien we hoogstens 2 uurtjes hebben kunnen slapen. Houten ondergrond ligt vrij zuur!  Op weg naar de volgende hut. Deze hut zou op 10,9 km van de vorige hut liggen. We werden vergezeld door onze hut genoten (behalve het koppel). Na nog geen uur te hebben gelopen stuitten wij op het eerste opstakel; een rivier. Het had geregend tegen de avond van de vorige dag, dus het water stond vrij hoog. Schoenen uit, tassen boven het hoofd en een weg banen naar de overkant.  Na een tijdje nam de Duitser de leiding en 5 minuten later waren wij verdwaald. Dank u!  Weg terug gevonden en weer door gelopen. Na 6,5 uur kwamen wij aan bij de hut. Deze hut was niet erg ver lopen van het basis kamp, wat betekende dat de hut werd gevult door en Amerikaanse senioren wandel vereniging. Wel erg handig, aangezien deze leute wel verstand hadden van de locale vegetatie. Zij hielpen mij mijn wonden, van de 14 bloedzuigers die mij te pakken hadden gekregen, te dichten met de hulp van een  paar wonder bladeren. Water voor de andere dagen is trouwens te danken aan het kook toestelletje van de Engelsman.  Volgende ochtend (weer niet kunnen slapen) was ik jarig! Een klein taartje was meegenomen vanuit het dorp. Toegezongen door alle mede hut bewoners blies ik de kaars op de taart uit en deed een wens. Na 1,5 uur lopen waren wij terug bij het startpunt van onze expeditie. Lekker douchen en alles wassen. Fruitshakes drinken aan de rivier. In de avond namen wij afscheid van ons reis gezelschap en stapten wij op de bus naar Jerantut. Aangekomen in Jerantut hadden wij twee opties. De eerste optie was Thailand binnen te gaan via de Maleisische stad Kota Baru, in het oosten bij het grensgebied. Deze optie was een stuk sneller, maar nam het risico met zich mee dat dit gebied erg veel moslim extremisten herbergt en er dus regelmatig terroristische bom aanslagen zijn.  Optie twee was via het westelijkste stadje de grensoversteek te maken. We zouden dan via Kuala Lumpur reizen.  Het werd optie twee.  Overnachten in Jerantut en de volgende ochtend vroeg een bus pakken naar KL.  Aangekomen in KL bleek er maar een bus te zijn; om 12 uur in de avond. Dus lieten wij onze bagage achter en trokken wij De stad in. Na nog een laatste dagje van Kuala Lumpur te hebben genoten kwamen we dan eindelijk aan in Thailand.

Singapore

Aangekomen in Singapore zijn we lang op zoek geweest naar een hostel. Uiteindelijk hebben we een leuk hostel in Chinatown gescoort. We sliepen er met 16 indiers op een kamer maar er waren wel wamre douches. Daarna zijn we Wantan Noodles gaan eten en hebben we een plan uitgezet voor de komende dagen. Daarna zijn we op het terasje van ons hotel iets gaan drinken waar we gezeldschap kregen van een dikke canadees, hij was imigration lawyer en kon ons wel Canada in krijgen als we dat wouden. Wij hadden een beetje het gevoel dat hij ook heel wat aziatische meisjes Canada in hielp voor een wip. Prima baan.

De vlogende dag zijn we vroeg in de ochtend een tempel gaan bewonderen. Daarna zijn we op zoek gegaan naar een harde schrijf aangezien we hadden gehoord dat alle electronica super goedkoop zou zijn. Jammer genoeg was dit niet het geval. De winkels zijn hier wel indrukwekkend. Hele flats met alleen elektronica. We kwamen wel langs een winkel met Macbooks waar Floris ogen begonnen te glinsteren.

We lieten de elektronica maar even voor wat het was en pakten de metro naar de kalverstraat van Singapore. Het eerste wat we zagen was een kebab kraam deze moest natuurlijk gekeurd worden. Wij vervolgden onze weg langs deze fameuse straat, die toch wel meer op de PC hoofdstraat lijkt. Overal gigantische Prada, Chanel en Abercrombie winkels. Hoewel kleren de man maken lag het allemaal ver boven het budget. Terwijl we ons aan een van deze winkels zaten te vergapen kwam Fendi een praatje met ons maken. Deze super aziatische nicht wou ons wel rond leiden in Singapore. Wij hadden hier weinig meer over te zeggen dus liep hij vrolijk voor ons uit met zijn paraplutje. Hij leed ons naar het Nationaal museum, Fendi wist jammer genoeg niets over Singapore. Het museum was leuk, veel over Singapore te weten gekomen. Daarna een hapje gaan eten, Fenid wist wel een leuke tent. Na het eten hebben we afscheid genomen. Floris moest wel een traantje weg pinken maar we kunnen contact houden via Facebook. We begaven ons naar het trein station gegaan om tickets te reserveren naar Kuala Lumpur de volgende dag. Daarna zijn we met de metro naar de skyline van Singapore gegaan, dit lag bij zee. De gebouwen waren super hoog en indrukwekkend. Floris en ik besloten met onze hoogtevrees het hoogste punt op te zoeken van Marina Bay Sands. Zoek dat gebouw maar op want het is echt super, het zijn drie wolkenkrabbers met een soort van boot bovenop. Helaas kon dit pas de dag erna. Terug gegaan naar het hotel waar we onszelf hebben getrakteerd op een hele berg dumplings. Daarna lekker gaan slapen tussen de snurkende Indiers.

De dag erna kon Floris zich niet meer inhouden en heeft hij twee Macbooks op de kop getikt. Daarna zijn we naar Marina Bay gegaan om Singapore van bovenaf te bezichtigen. Het was snel gedaan met de hoogtevrees en het uitzicht was prachtig. Na een hap te hebben gegeten zijn we snel onze spullen gaan halen in het hotel om ons naar het trein station te haasten waar we een uur te laat kwamen voor de trein. Na wat geregel hebben we uiteindelijk toch een trein kunnen pakken naar Maleisie.De grens controle stelde niks voor, en een kwartier later reden we de grens over.

Java

Aangekomen bij de bus terminal in Yogjakarta hebben we ons door een taxi naar het hotel laten brengen. De chauffeur vroeg veel te veel en toen we hem hier op wezen reed hij boos weg(gratis taxi, nice!). Na onze spullen te hebben gedumpt en een chauffeur voor de dag erna, die ons naar de Borabudur en de Prambanan zou brengen, te hebbben geregeld, hebben we in het hotel naar een warung gevraagd. Een man die in de lobby zat wou ons wel brengen als we daarna naar zijn kunst expositie zouden gaan.  Na het eten naar de kunst expositie waar we een praatje kregen voorgeschoteld over hoe de schilderijen werden vervaardigd. Ik rook het onraad al en vertelde Floris dat het een verkoop praatje was. Maar Floris wou bijna uit medelijden een schilderijtje kopen omdat de man al zo'n lang verhaal had opgehangen. Nadat ik hem had overtuigd dat het geen goed idee was, de schilderijen waren foei lelijk, heb ik hem mee naar buiten gesleurd. Even later was het weer raak en werden we aangesproken door een man die een paar woordjes Nederlands kon. Floris dacht dat het gewoon een vriendelijk praatje was en wou wel weer mee om naar de schilderijtjes van deze man te kijken. Na een tijdje in de expositie te hebben door gebracht lukte het ons om deze man ook weer af te poeieren. Na nog een beetje te hebben rondgelopen zijn we gaan avond eten en gaan slapen. De volgende ochtend werden we om 5 uur door de chauffeur opgepikt om naar de Borabudur te gaan. Zoals veel dingen hier is de Borabudur het mooiste en het rustigste om in de ochtend te bekijken. Daar aangekomen hebben we een gids gedeeld met twee Nederlandse meisjes die we tegen het lijf liepen. Vreemd genoeg hebben de meeste buddha's geen hoofd meer, de gids vertelde dat dit kwam doordat ze beschadigd waren door een vulkaan uitbarsting die de hele borabudur  voor een paar eeuwen onder een laag as had bedolven. Na een ontbijtje met uitzicht op de Borabudur zijn we verder gereden naar de Prambanan. Daar hebben we een tijdje ongestoord kunnen rondlopen totdat we weer met wat indo's op de foto moesten. De Prambanan was zeer mooi alleen jammer genoeg nog niet helemaal gerestaureerd. De rest van de dag hebben we doorgebracht bij het station waar we in een rij moesten staan om kaartjes te kopen naar voor de dag erna. Ik ben daarna terug naar het hotel gegaan terwijl Floris opzoek ging naar een warung. Toen hij terug kwam vertelde hij lachend dat hij weer een kunst expositie was ingelokt. De volgende ochtend zijn we op de trein gestapt richting Badung. Omdat alle stations op elkaar leken hadden we geen idee waar we er uit moesten. Uiteindelijk heeft een man ons het juiste station gewezen en ons daar ook op de bus richting Garut gezet. De keuze om naar Garut te gaan was vrij plotseling gekomen terwijl we in de lonely planet zaten te bladeren. Ik begon een gesprekje met een man die een plek voor ons zat met zijn vrouw en kinderen. Zijn naam was Asep. Hij vond ons heel dapper dat we zo jong al zo'n reis maakten en zonder enige voorbereiding richting Garut trokken. Hij stelde voor dat we bij hem bleven slapen en aangezien we geen idee hadden of er hotels in Garut waren accepteerden we dit maar al te graag. We stapten uit bij het restaurant waar hij werkte waar hij ons wat plaatselijke drankjes aanbood. Daarna zijn we naar zijn huis gelopen om na nog wat gegeten te hebben te gaan slapen. De volgende ochtend kregen we een heerlijk ontbijt aangeboden waarna we richting de Gunung Papadayan trokken. Deze vrij actieve vulkaan was de reden waarom we naar Garut wouden. En het was een goede keuze. Jammer genoeg geen lava maar we liepen door een zeer indrukwekkende krater heen waar om ons heen poeltjes met kokend water waren, gele rotsen ,door de zwavel aanslag, lagen en overal stoom uit de grond spoot. Dit deden we natuurlijk met een gids die vrij goed gehumeurd was met een iewat vrouwelijke lach. Na te zijn afgedaald hebben we een bus naar Jakarta gepakt. In Jakarta aangekomen zijn we uiteindelijk na veel gedoe in een hotel terecht gekomen met door gezakte bedden en kakkerlakken die Floris in zijn slaap lastig vielen. Maar voordat we gingen slapen zijn we nog een avond wandeling gaan maken en de eerste mensen die we tegen het lijf liepen waren de twee Borabudur meisjes. Na een welverdiende slaap zijn we naar kota gegaan. Het oude stadscentrum van Batavia. Van de koloniale glorie was weinig meer over. De meeste gebouwen zijn slecht onderhouden of ingestort. In sommige gebouwen zat een museum waar een mooi staaltje geschied vervalsing werd toegepast. Na een poppenmuseum te hebben bezocht zijn we weer terug gegaan naar het hotel. De dag erna zouden we nog meer museums bezoeken maar het bleek dat bijna alle museums gesloten zijn op maandag, alleen het Monas was nog open. Deze toren met aan de voet een museum gaf mooi uitzicht over de stad. Het museum was geweid aan de geschiedenis van Indonesië. het grootste deel ging echter over opstanden tegen de Nederlanders, het bleef echter onduidelijk hoe de Nederlanders in Indonesië terecht waren gekomen en wat ze er te zoeken hadden. Laat staan dat er gemeld werd dat heel Indonesië ooit in Nederlandse handen was. Ook hier werden weer wat feiten verdraaid. Zo was er bijvoorbeeld ooit een fort in Jakarta dat in Nederlandse handen was de bevolking van Jayakarta kwam in opstand en verdreef met behulp van de Britten de Nederlanders. Het buur volk uit Banten vond echter dat de bevolking te veel macht kreeg en verdreef daarom de Britten en nam de soldaten van Jayakarta gevangen en nam ze weer mee terug naar Banten zo dat wanneer de Nederlandse versterking kwam ze een bijna lege stad in konden nemen. In de lonely planet staat echter dat de Nederlanders in het fort stand hielden en toen de versterking aan kwam ze Jayakarta voor een groot deel in as legden en de stad vervolgens Batavia noemden. Daarna hebben we een kerk bezocht en daarna een moskee, de op twee na grootste ter wereld waar we ook een rondleiding kregen.  Na de moskee zijn we een beetje in de stad gaan rondhangen en uiteindelijk niet al te laat in bed geëindigd.  Nu zitten we op het vliegveld te wachten. Over enkel luttele uren zitten we in Singapore!!

Lombok

'S ochtends vroeg komen we aan met de boot in Bangsal. Van te voren waren we gewaarschuwd voor de vervelende locals uit dit kleine stadje. Zodra we aankwamen werden we inderdaad belaagd. Allen boden ze aan onze bagage te dragen, dit moet je dus niet toestaan. Anders zul je je bagage moeten terug kopen. Dit ging nog goed. Hierna hebben wij ons alleen in een paard en wagen laten praten, voor een immens bedrag. Dit terwijl het letterlijk niet meer dan 15 minuutjes lopen was naar de bushalte. Wel leuk om eens een ritje te hebben gemaakt met een cidomo. Vervolgens stappen we op de shuttle bus naar Senggigi. Aangekomen op de plaats van bestemming op zoek naar een homestay. Na twee hotelletjes te hebben afgewezen werden we door een of andere local, genaamd Ben, naar een prima kamer gebracht. Ben laat ons gelijk weten waar we goedkoop en lekker kunnen eten en deelt even mee dat hij toevallig een reisbureau heeft (het zal weer eens niet). Thomas en ik laten de spullen achter en nemen de benenwagen naar de Pura Batu Bolong, een kleine hindu tempel op een klif in het water. Hele lieve tempel om te zien, wel heel erg smerig. Vuil wordt ook hier (tot nu toe overal hetzelfde) gewoon op de grond gegooid. Als de mensen zich echt geen weg meer kunnen banen door het vuil wordt het in een hoek geveegd en in de fik gestoken. Terug gelopen over het strand, waar verscheidene vissers aan het vissen zijn of hun netten aan het legen zijn. Onderweg trakteren wij onszelf op ijs. Terwijl wij in een rieten hutje naast de weg aan het uitpuffen zijn van de wandeling in de zon, worden wij vergezeld door een local. Hij verteld over het leven in Senggigi en zijn baan als gids in de bergen. Door het regen seizoen is het te gevaarlijk om de bergen in te gaan. Dommage, want dit stond wel op onze to do list. Ook raadt hij ons aan om met al ons geld land te kopen op Lombok of op een van de Gili eilandjes. Volgens hem schieten de grond prijzen hier radicaal omhoog en wordt het steeds meer bezocht door toeristen. Dit hebben wij inderdaad al van veel locals gehoord. Alle hotels en duikscholen zijn hier van Nederlanders of Australiërs. Dit besprekende rijdt er een een dikke kale blanke langs in een enorme leger truck. Deze Duitser schijnt de eigenaar te zijn van de ferry tussen Bali en Lombok. De locals schijnen het wel oké te vinden dat wij het gebied zo enorm domineren. Meer toeristen = meer geld! Terug in het centrum zoeken wij Ben op. Na een prima onderhandeling hebben wij een privé chauffeur voor de volgende ochtend, die ons met een mooie slinger uiteindelijk in Kuta (Kuta Lombok) zal afzetten. De rest van de dag met Ben en Yan lopen kleppen over van alles en nog wat. By the way ook nog tickets gekocht voor het vliegtuig. Jakarta -> Singapore (13 maart)! Volgende ochtend werden wij opgepikt door een auto met chauffeur. Deze zou ons dus in de middag in Kuta afzetten. Onderweg zijn er vier stops gemaakt. Eerste bij een markt, daarna bij een basisschool. Hier moesten er natuurlijk duizenden handen geschut worden. Ook de foto's konden niet ontbreken. Dit gezien hebbende kon de politie natuurlijk niet achter blijven. Nog een paar foto's. Uitgeput zijnde van het fotomodel spelen zijn we een hap gaan eten aan de overkant van de straat. Stop drie was bij een pottenbakkerij. Ik moest natuurlijk laten zien wat ik in huis had en voordat ik het wist had ik een soort soepschoteltje met een gekko op de rand gecreëerd. Hulp van mevrouw was compleet overbodig ;-). (jammer dat Thomas er per ongeluk op ging zitten nog geen half uur later, blijkbaar was hij Niet zo gecharmeerd van mijn kunsten) Stop 4 was bij een weverij. Het proces zag er erg ingewikkeld uit, maar de dame leek het blind te kunnen. Te gelijkertijd kwam er een touring bus langs, die blijkbaar de zelfde stop ingedachte had. Thomas werd van alle kanten belaagd door toeristen uit Java. Foto's werden geschoten. Arme Thomas;-). Thomas wordt op straat trouwens ook door de meiden achterna geroepen : helloooo mr gaga!(gaga=spierbundel) Ik word jaloers en sleep Thomas dus het busje weer in. We worden afgezet in Kuta. Prima hotel gevonden voor niet te veel geld. Op naar het strand! Hier werd IK belaagd door 10 kids die mij armbandjes probeerden te verkopen. Een jochie genaamd Yustin grijpt zich bikkelhard vast en heeft zo 2 uur met ons over het strand gelopen en de boulevard. Op het moment dat ik besluit me over te geven is hij plots nergens meer te bekennen. Jammer, was erg gezellig met Yustin. Het begint heftig te regenen. Thomas en ik brengen de rest van de middag door in het hotel. In de avond begeven wij ons naar warung Java 1. Tegen het einde van ons diner worden we opeens vergezeld door 6 Zweedse jongens, die ook komen dineren. De jongens surfen allemaal en touren met de plank op de scooter door Bali en Lombok heen. Gezellige jongens, helaas scheiden onze wegen zich de volgende dag al, aangezien Thomas en ik de volgende ochtend vroeg een shuttlebus naar Mataram(de hoofdstad van Lombok) moeten hebben. Wellicht dat we ze nog tegen komen in Thailand. Aangekomen in Mataram pakken wij een bemo busje nar een markt aan de rand van Mataram. Stinkt er ontzettend, maar wel erg mooi en leuk om te zien. Eenmaal terug in het centrum gaan wij op zoek naar het winkelcentrum. Thomas ogen beginnen te stralen wanneer hij het telefoon nummer van de Mac delivery ziet staan. We hebben voor het eerst een tv op onze kamer en hebben gezien dat er in de avond een Steven Segal film draait. Wij delen de opinie dat je eens in je leven deze service toch moet uitproberen. Mc+ Segal= jaja! Met dit goede plan in ons achterhoofd huppelen wij vrolijk naar de grootste hindu tempel op Lombok(Pura Meru). Een gids legt ons alles uit over het geloof, de tempels, de ceremonies en ga zo mar door. Erg aardige man. Geen touristen hier trouwens (mataram). Staren is hier niet onbeleefd, zo voelen wij ons hier erg bekeken. Op 2 minuutjes lopen bevind zich het mayura water palace. De naam is misleidend, want het was niet het onderkomen van de Balinese prins Anak Agung Made Garang. Het complex bestaat uit een park met een zelf gecreëerd meer en een familie tempel. Vandaag de dag is het een openbaar park. De volgende dag wil ik naar het strand. We lopen. Lopen. Komen langs eindeloos veel scholen. Prima wandeling. Na een tijdje beginnen we te vermoeden dat het, of wel echt veel verder is dan gedacht of dat we een verkeerde weg zijn ingeslagen. We vragen het aan mensen langs de weg. Helaas is Mataram een apenstad en spreekt niemand hier engels. Het begint te stort regenen. We nemen een taxi terug naar het hotel. Gefaald, dan maar een boekje lezen. 'S avond inpakken voor vertrek. De volgende ochtend vroeg nemen wij een taxi naar de bus terminal, waarvandaan wij op een bus stappen naar Yogja. Deze reis zal 28 uur duren. Vertrek. Onze bus chauffeur rijdt daadwerkelijk als een totale debiel. Heeft volgens mij het gevoel alsof hij in een bots-autotje zit. Op de boot van Lombok naar Bali houden Thomas en ik brunch. Ik val in slaap, terwijl Thomas ondertussen met de de rest van de Indo's karaoke aan het doen is. Peace!

Gili's

Hey hoi! Vroeg in de morgen opstaan. Banana pancake, natuurlijk! We werden opgehaald door een crew member van de fastboat, die ons naar Gili Trawangan zou brengen. Irritant veel crew members trouwens. Ze probeerden mij links en rechts van mijn espadrilles te bestelen, die ik een plasticzakje bij mij droeg. Maarja, de aanhouders winnen in dit geval niet.  Prima boot tochtje. Zonnetje, helder blauwe lucht, snoeihard varen.  Twee en een half uur later sprongen wij op het strand van Gili Trawangan, het grootste eiland van de drie populaire eilandjes. Nog steeds niet meer dan 1,5 km².  Op het strand werden wij, samen met een handje vol andere toeristen, opgevangen door Indo's om ons allen een hotel aan te smeren. Hotelletje gevonden, tassen afgezet en naar het strand. Super lekker zwemmen; azuur blauw water, temperatuur in orde! De rest van de middag hebben wij dus doorgebracht aan het strand. Aan het einde van de middag besloten wij naar de top van de heuvel op het eiland te lopen, dit hadden wij vanaf de boot gezien. Langs de boulevard gelopen van de noord kant tot de zuidkant van het eiland, maar een weg omhoog konden wij niet vinden. Dan maar ergens de bosjes in, wat lijkt op een pad. Omhoog lopend door de struiken, werden we voor ons gevoel overal door muggen aangevallen. Volgens de GGD zat er malaria op het eiland. De lokale bevolking zegt van niet, weet niet wie ik nou moet geloven, maar prefereer de opinie van de eiland bewoners, aangezien Thomas en ik nog bezig waren met het inslikken van de malaria tabletten (erg levendige dromen krijg ik ervan;-)). Top bereikt, twee seconden genoten van het uitzicht en weer snel terug naar beneden; kut muggen! 'S avonds gegeten in een hutje op het strand. Aangezien Thomas en ik de enige gasten waren, had de bediening genoeg tijd voor ons en voordat we het doorhadden zatten er drie extra locals bij ons aan tafel. Erg gezellig! Waren alle drie halverwege de 20 en vertelden uitvoerig over de islam en over de vele vriendinnetjes die zei bezaten. Na het eten nog even langs de boulevard gelopen, opzoek naar een feestje, maar het is toch echt duidelijk laag seizoen hier. De volgende dag werden wij wakker met regen, en de regen is gebleven tot wij weer naar bed gingen. Nog wel even tickets gekocht voor de boot naar het volgende eiland (Gili Meno), een duik genomen en even contact met het thuisfront gehad. Gili Meno is de rustigste van de drie. In de ochtend kwamen wij hier aan. Wederom een hotel gevonden wat aansloot bij het budget en daarna het strand weer opzoeken. Even naar een schildpadden crèche kijken. Daar vonden wij een vrouw die ons twee paar snorkels en flippers verhuurde, waardoor wij eindelijk het koraal konden gaan bekijken.  Over vrouwen gesproken: vrouwen verrichten hier werkelijk al het lichamelijk harde werk. Zodra er iets moet worden gedragen of versleept zie je dat het verricht zal worden door vrouwen (ongeacht de leeftijd), hier komt werkelijk geen man aan te pas.  Maar terugkomend op het snorkelen. Super mooi koraal in werkelijk alle mogelijke kleuren en vormen. Ook zijn alle vissen uit de film 'Finding Nemo' hier te zien; heel gaaf!  Na geruchten te hebben gehoord over zee schildpadden aan de andere kant van het eiland, besloten wij ons daarheen te begeven. Halverwege nog even bij een warung lunch gehad.  Aangekomen aan de andere kant van het eiland was de zee te woelig om iets te kunnen zien onderwater, beetje een anticlimax. Wij besloten via het strand terug te lopen, dus om het eiland heen. Onder weg nog op twee plekken het water in gedoken om te gaan snorkelen. Veel mooie dingen gezien, maar de schildpadden bleven spoorloos. Eenmaal terug in het hotel bedachten wij ons dat we ons niet hadden ingesmeerd met zonnebrand crème; stom, rug totaal verbrand. In de avond gegeten bij de warung waar ook onze lunch had plaats gevonden. De eigenaresse en haar man hadden een vis voor ons gevangen en voor ons op de BBQ gelegd. Lekker gegeten. Werden alleen wel vergezeld door 6 bedelende katten.  Lopend op de boulevard aan de praat geraakt met 3 jongens van midden 20. Één van hen had een reisbureau en kon ons een ticket verkopen naar het vaste land (Bangsal op Lombok) en vanaf daar met een busje door naar Sengigi. Zo gezegd zo gedaan. Stay tuned!