07 jun. 2012
🇨🇳
vanuit China
In Leshan aangekomen zijn we direct nadat we bustickets naar Emei geregeld te hebben met de taxi naar de grote buddha gegaan, het doel van ons bezoek hier.
De Buddha zelf lag op een groot parkachtig terrein waar nog meer beelden stonden en ook een paar tempels waren. Het was een mooie omgeving en er was veel te zien.
Om bij de Buddha te komen moesten we eerst nog een bergje over en na een afdaling over een smal pad in de bergwand boven een brede rivier stonden we aan zijn voeten.
Het was een enorm beeld dat aan de rivier uit de rotsen was gehakt. Je kon langs de rotswand weer omhoog komen om hem 75 meter hoger in zn ogen en oren te kijken.
Na het bekijken van de Buddha hadden we het wel weer gehad en moesten we ook haast gaan maken om de laatste bus naar Emei-Shan te halen.
Na een uurtje in de bus waren we in Emei en hebben we een taxi naar een hostel gepakt. Daar ingecheckt en wat gaan eten.
De volgende ochtend hebben we onze grote tassen achter gelaten in het hostel en hebben we de bus naar de hoogste stop op de berg gepakt.
Hier kwamen enorm veel bussen en het puilde uit van de Chinezen. Vanaf het busstation was het nog 2 uur lopen naar de top. Gelukkig kwamen we na een kwartiertje bij een punt waar de meeste chinezen een kabelbaan naar de top pakken en werd het pad wat rustiger.
Het was een flinke klim die vooral zwaar was omdat het grootste deel van het pad uit trappen bestond. Ondanks dat de berg in de mist was gehuld was het erg warm.
Op de top was het weer drukker omdat we weer samen kwamen met de tourgroepchinezen.
Er waren een paar tempels en een gouden Stupa helemaal bovenop, maar door de mist was hij niet heel duidelijk te zien. Ook van het uitzicht was niets te zien, maar toch was het op de top ook wel mooi.
Na rustig aan de tempels en de zingende bedevaartsmonniken te hebben bekeken zijn we weer aan de afdaling begonnen.
In het laatste stuk voor de parkeerplaats was opeens een troep apen verschenen die touristen van hun eten probeerden te beroven. Ik was een stukje vooruit gelopen en stond de chinezen die hun eten in moesten leveren uit te lachen en te fotograveren, maar tegen de tijd dat Thomas er weer aan kwam had een vrij grote aap het op de cakejes die ik aan de buitenkant van mn rugzak had hangen gemunt. Aangezien Thomas me had verteld had dat het echt kutbeesten zijn en ik geen zin had om gebeten te worden heb ik ze na een korte struggle maar afgegeven.
We hoorden dat er op de weg naar beneden nog veel meer apen zaten dus bij de parkeerplaats hebben we een stok meegenomen om verdere belagers een lesje te leren.
Tot aan de eerste tempel onderweg zijn we er geen meer tegen gekomen, maar daar aangekomen zagen we er meteen een zitten. Omdat ik nog steeds wraak wilde besloten we in de aanval te gaan, maar zodra we te dichtbij kwamen begon de aap ook te chargen en zijn we snel weg gerend.
Bij de uitgang van de tempel hadden we alleen een probleem. Er zat een grote groep apen precies op de plek waar wij langs moesten. Gelukkig zijn  ze bang voor monikken en renden ze weg zodra er eentje aankwam.
Die dag zijn we nog maar een groep tegen gekomen die niks deed.
De tocht verder was vrij slopend voor onze knieen en aan het eind hadden we er meer dan genoeg van.
S'avonds zijn we in een tempel gaan slapen. Dit was alleen way overpriced en we kregen een rare kamer met smerige bedden. Het probleem was dat we geen andere keus hadden dus we hebben het maar gedaan.
De volgende dag zijn we met minder zin en goede moed aan de rest van de tocht naar beneden begonnen.
Dit deel was gelukkig wel korter dan de dag ervoor en het ging voorspoedig. We zijn nog door de joking monkey-zone gekomen. Daar zaten verreweg de meeste apen. Ze zaten in groepen strategisch op de paden, maar om dit te omzeilen was er een heel netwerk van kleine paadjes en bruggetjes aangelegd zodat er altijd wel een aapvrije route is.
Het laatste deel van de route was weer heel druk, reden: een parkeerplaats dichtbij waardoor de chinezen niet ver hoeven lopen.
Door de drukte zijn we nog een stuk verkeerd gelopen omdat we de bordjes niet konden zien.
Beneden hebben we de bus terug naar het hotel gepakt en hebben we de spullen opgehaald om daarna de bus naar Chengdu te pakken.
31 mei 2012
🇨🇳
vanuit China
Vanuit Deqin zijn we met de bus terug gegaan naar Shangri-la. Een vrij aparte rit langs een snelweg in aanbouw waarbij we op de achterbank vergezeld werden door twee kittens en waarbij de bus nog een wiel dreigde te verliezen. Dit werd ter plekke eventjes vast gedraaid en daarna konden we weer lekker verder over de met afgronden omgeven bergweggetjes.
Ons plan was nu om door het hoogland de provincie Sichuan binnen gaan om dan via een aantal kleinere stadjes naar de hoofdstad van de provincie, Chengdu, te gaan. Het liefst waren we dan direct van Deqin naar Xiãngchéng gegaan, maar dat was niet mogelijk.
Wel hadden we nu nog de kans om de Limestone terassen van Báishuîtái nog te zien dus daar zijn we nog een dagje langer voor in Shangri-la gebleven.
Om in Báishuîtái te komen hebben we een bus genomen over kleine weggetjes door mistige dalen en bergjes. Na ongeveer 4 uur kwamen we in een wat groter dal waar een dorpje lag met daarboven een stuk anders gekleurde berg. Dit bleek Báishuîtái te zijn. Een beetje teleurgesteld hebben we toch maar een kaartje gekocht en zijn we de vervallen trappen op geklommen om de terassen te bekijken. Van dichtbij zagen ze er gelukkig beter uit dan van verweg, maar het was nog steeds niet de busrit van twee keer 4 uur waard. Na een uurtje rondgelopen te hebben en nog snel even wat gegeten te hebben ging de bus alweer terug en konden we weer genieten van een dit keer nog wat vollere bus met weinig beenruimte.
Terug in Shangri-la heb ik nog yak hotpot gegeten en heeft Rhomas nog een laatste yakburger naar binnen gewerkt.
De volgende dag hebben we de hele dag in de bus doorgebracht. Ook bij deze bus moesten de wielen onderweg nog een keertje aangedraaid worden. Dit keer geen snelweg in aanbouw of mooie geasvalteerde wegen door bemistte dalen, maar gewoon een lekkere landweg over de bergen waar we een paar uur geen huis tegen zijn gekomen.
Op het busstation van Xiãngchéng hebben we geprobeert om bustickets te regelen om de dag erna naar Litang te gaan. We kregen te horen dat er geen bus naar Litang ging en dat er alleen om 6 uur s'ochtends een bus naar Kanding ging. Voor Litang zouden we een miniban moeten huren. Gelukkig waren we niet alleen, er zaten ook een Israelische jongen en meisje in de bus die het zelfde van plan waren. We besloten om samen de volgende ochtend te proberen of we met de bus naar Kanding mee konden.
Zo gezegd zo gedaan. Om 6 uur stonden we in de regen klaar, maar we mochten niet mee. We zijn toen toch maar in een minivan gestapt die ons voor 100 yuan per persoon naar Litang wilde brengen. Dit was een hobbelig ritje en Thomas en ik zaten ook nog eens achterin dus dat gaat nog meer op en neer. Ik was alleen wel al lang blij dat ik mn benen weer eens kon strekken na al die oude bussen in de bergen die niet op lange westerlingen gebouwd zijn.
Het uitzicht onderweg was het mooiste van alle busritten die we de laatste tijd gemaakt hadden. We reden op 5000 meter hoogte over een uitgestrekte rotsige hoogvlakte waar bijna niemand anders reed. En toen we eventjes stopten om een paar foto's te schieten begon het zelfs een beetje te sneeuwen.
Na 4 uur door dit soort tafrelen gereden te hebben kwamen we in Litang. Toen we uitstapten was het niet veel warmer dan op de hoogvlakte en vroren we zo'n beetje dood omdat we onze korte broeken en slippers nog aan hadden. We zijn snel op zoek gegaan naar een hostel, maar toen we lekker met warme kleren aan binnen zaten was het nog steeds koud.
Toen we weer wat warmer waren zijn we de deur uit gegaan voor wat te eten en om de stad te bekijken. Ongeveer halverwege de stad kwam er een enorm konvooi van militaire trucks langs rijden. In de dagen erna hebben we er nog een paar lang zien komen en ook in de stad zelf was veel politie en leger op de been. Dit was waarschijnlijk omdat het onrustig was geweest in dit deel van Sichuan. Er zijn protesten geweest en er waren een paar monikken die zichzelf in brand hebben gestoken. Het gebied was ook afgesloten geweest en wij hadden geluk want het was net weer open gegaan voor touristen.
In het stadje zelf waren we opzoek naar een groot tempelcomplex. Dit konden we jammerhelaas niet vinden, maar wel kwamen we uit bij een enorme stupa waar een heleboel oude mensen en kinderen omheen liepen. Volgens het tibetaanse buddihsme brengt dit geluk.
Toen we verder liepen in de stad begon het alleen weer te regenen en zijn we terug gegaan naar het hotel. Daar hebben we de rest van de middag doorgebracht en daarna zijn we met een australische mafketel wat gaan eten.
De volgende dag was een lazyday waarbij we maar de helft van onze plannen uitgevoerd hebben. Na een laat ontbijt zijn we weer op zoek gegaan naar de tempel, dit keer met meer geluk.Â
Het complex bestond uit 3 grote gebouwen met elk hun eigen gebedshal. In de eerste zat een grote groep monniken te bidden, we wisten alleen niet zeker of we naar binnen mochten dus toen zijn we naar de volgende gegaan. In de tweede hal stond een enorme Buddha en in de wanden stonden nog een stuk of 300 kleine buddha's. En in de laatste gebedshal stond een nog grotere buddha vergezeld door nog een paar grote beelden.
Na het tempelbezoek hebben we geprobeert om bustickets te regelen voor de dag erna, dit wilde alleen niet wrg lukken. Wel vonden we een minivan die ons voor 100 yuan pp naar Kanding kon brengen.
Tijdens het avondeten in het zelfde tentje als de dag ervoor kwamen we onze Israeliers weer tegen. Ze hadden nog meer Israeliers ontmoet en wilden de volgende ochtend naar een skyburial gaan. We besloten om er ook heen te gaan en spraken voor de volgende ochtend vroeg af.
De skyburial is een rituele begravenis waarbij monniken het lijk in stukjes choppen en het dan aan de vogels gevoerd wordt. Dit gebeurt buitn de stad, dus we moesten eerst een half uurtje lopen.
Toen we op de plek van het ritueel aankwamen circelden er al een paar gieren rond maar op onze groep touristen na was er niemand.
Na ongeveer anderhalf uur wachten in de kou kwam er een minivan met Chinezen aan. Wij informeren hoe het ermee zit, zeggen ze doodleuk dat er vandaag geen begravenis is omdat er niemand is overleden.
Een beetje teleurgesteld zijn we toen maar terug gegaan naar de stad om wat te gaan eten.
Daarna zijn we met onze eerder busgenoten op zoek gegaan naar de minivan die ons voor 100 yuan zou meenemen. Bleek hij verdwenen te zijn en alle andere chauffeurs vroegen veel meer. Omdat we dit het niet waard vonden zijn we bustickets voor de volgende dag gaan halen en zijn we nog een nacht gebleven.Â
Dit was dus een mislukte dag, en zeker ook omdat we later hoorden dat er toch een skyburial was geweest.
De dag erna hebben we weer ouderwets gezellig in een volle bus op hobbelige zandweggetjes doorgebracht. Na een lange rit zijn we in Kanding naar het dichstbijzijnde hostel gegaan.
Daarna de stad ingegaan en een beetje doelloos tondgezworven.
Kanding was weer een niet heel bijzonder stadje maar het hostel was wel gezellig en er zaten ook mensen die we eerder in Litang tegen gekomen waren.
De avond lekker in de lobby doorgebracht en volgende dag alweer vroeg opgestaan om de bus te pakken naar Leshan.
26 mei 2012
🇨🇳
vanuit China
Deqin is een stadje in het noorden van Yunnan. Het ligt vlak bij de grens met Tibet en is een prima uitvalsbasis om de uitlopers van de Himalaya te verkennen.
Omdat Deqin zelf heel saai is en je er eigenlijk niks kan zijn we direct na aankomst naar feilai temple gegaan. Een tempel met een dorpje op een wat hoger gelegen bergflank. Vanaf daar had je al meteen prachtig uitzicht op de tegenoverliggende bergen, waaronder Meili snow mountain. Het doel van onze tocht.
De volgende ochtend zijn we na het ontbijt rond gaan lopen op zoek naar andere touristen die ook het dal in wilden voor een wandeltocht. Daarvoor moet je eerst met een minivan naar beneden en die zijn met zn 2en veel te duur.
Al vrij snel ontmoetten we een Australier en een Rus die het zelfde van plan waren. Later kwamen daar ook nog een Engelse en een Australische bij. Nu hoefden we alleen nog maar een chauffeur te vinden die ons voor een redelijke prijs naar beneden wilde brengen.
Na een ritje van 2 uur kwamen we in Xidang. Omdat het al te laat was om de tocht te beginnen zijn we met z'n allen naar het enige hotel van het dorp gegaan en hebben we daar rond gehangen.
De volgende ochtend hebben we geprobeert om vroeg te vertrekken omdat we een lange tocht voor de boeg hadden. Uiteindelijk liepen we rond 9 uur het dorp uit.
Het eerste deel van de route leidde ons afwisselend over smalle paadjes op droge bergwanden hoog boven de Mekong rivier en wat vlakkere stukken met dorpjes en graanvelden waar de mensen druk bezig waren om de oogst binnen te halen.
Na ongeveer 4 uur kwamen we bij een diep zijdal met een snelstromend riviertje dat in de Mekong uitmondde. Vanaf hier was het voor de rest van de dag straightforward klimmen door het wat vochtigere en dichterbeboste dal. Tegen het eind van de middag begon het pad alleen wat minder duidelijk te worden en splitste zich een aantal keer. Hier zijn we een aantal keer verkeerd gelopen totdat we eindelijk bij een van de verlaten uitziende hutjes een lokale boer zagen zitten die ons met veel moeite de weg heeft gewezen. Na een vermoeiend en demotiverend laatste deel kwamen we dan eindelijk aan in het dorpje waar we wilden overnachten. Bij aankomst in het dorp zagen we wel meteen dat de tocht de moeite waard was, want de besneeuwde toppen die we al een tijdje niet meer gezien hadden waren opeens heel dichtbij en onze hoop om in de sneeuw te staan groeide weer.
In het hotel kwamen we een Israelisch meisje tegen dat we in Shangri-la al hadden ontmoet toen ze op zoek was naar mensen die ook naar Meli gingen. We besloten om de volgende ochtend naar een bevroren meer te lopen terwijl de Australier en de Rus uit zouden slapen.
We zijn de volgende ochtend vroeg vertrokken omdat we hadden gehoord dat de tocht heen en terug 10 uur zou gaan duren (Achteraf bleek dit zwaar overdreven te zijn).
Eerst met volledige bepakking naar het volgende dorp vanwaar we de dag erna weer zouden vertrekken en daarna in het gezelschap van een Pool die we ook al eerder tegen waren gekomen richting het meer.
Het pad richting base-camp ging behoorlijk steil omhoog en we raakten de Pool daar al snel kwijt omdat hij veel te snel was voor ons. Zelf dreigden we het Israelische meisje er uit te lopen, maar we besloten om toch maar op haar te wachten. Ondanks dat het allemaal redelijk moeizaam ging waren we gelukkig nog steeds sneller dan de Chineze touristen en kwamen we na anderhalf uur bij base-camp. Daar zat de Pool uit te rusten samen met een Amerikaan die ons ook in had gehaald. Van daaruit zijn we weer met hun op getrokken alleen we hielden ze totaal niet bij. Een uurtje later kwamen we aan bij het (nog niet eens half) bevroren meer. Dit viel een klein beetje tegen ondanks dat we er niet heel veel van hadden verwacht eind Mei. Er lag daarintegen wel een flinke berg sneeuw dus wij waren helemaal gelukkig! Na lekker wat rond gekloot te hebben op slippers en in korte broekken in de sneeuw werd het wel een beetje fris en begon het licht te regenen. Ook kwamen er de hele tijd mini rotslawines naar beneden. Het leek ons beter om maar terug te gaan naar het dorp. De terugtocht ging flink wat sneller dan de heenweg omdat we nu vrijwel alleen omlaag gingen. Toch zaten we er aan het eind flink doorheen en hebben we de rest van de middag op de veranda van het hotel door gebracht waar we een prachtig uitzicht hadden op de besneeuwde bergtoppen.
Voor het avondeten besloten we om buiten het hotel te gaan eten omdat er allemaal varkenskoppen en andere rare stukken vlees aan de deur van de keuken hingen. In een ander hotel kwamen we de Rus en de Australier weer tegen. We hebben daar een hele tijd op eten zitten wachten dat ze uiteindelijk niet voor ons hadden. Bij een ander hotel hadden ze wel wat te eten voor ons, maar ook dat duurde een hele tijd. Na het eten hebben we afscheid genomen van de Aussie en Rus en zijn we met de Israelische terug gegaan naar ons hotel en gaan slapen.
De volgende ochten wilden we heel vroeg vertrekken en hebben we om 5 uur een wekker gezet. Maar het was nog donker dus we besloten tot 6 uur verder te slapen. Om 6 uur besloten we dat we ons oorspronkelijke plan om de bus van 12 uur in Deqin te pakken te laten gaan en door te slapen tot 8 uur.
Na een snel ontbijt zijn we met z'n 2en begonnen aan een tocht van 800 meter omhoog naar de bergpas die ons terug leidde naar Xidang. Na twee uurtjes klimmen waren we boven en begonnen we aan de vijf uur durende tocht naar beneden. Hier kwamen we een hoop meer Chineze touristen tegen dan op de route die we op de heenweg genomen hadden. Ook waren er een heleboel ezel karavaantjes die voorraden naar de bergdorpjes brachten.
Het eerste deel was wel leuk omdat het een mooi bergpaadje was waar we overheen liepen, maar het laatste uur liepen we over een zanderige bergweg waar ook auto's reden en waar geen einde aan leek te komen. We waren dan ook blij toen we eindelijk weer in het dorp waren en lekker konden gaan zitten wachten op de bus naar Deqin.
Aangekomen in Deqin hebben we nog geprobeert om meteen een bus naar Shangri-la terug te pakken, maar die bleek alleen s'ochtends te gaan. We zijn toen ingechekt in het enige hotel van Deqin en zijn nog een beetje rond gaan kijken in het stadje. We werden alleen maar heel veel aangestaard en er was helemaal niets te doen of te zien dus we zijn maar vroeg gaan slapen.