rambotravels.reismee.nl

Chongqing

Na een lange trein rit kwamen we in Chongqing aan. De stad van de mist. De hele stad was opgebouwd uit hoge gebouwen waar we na aankomst met een monorail doorheen slingerden op weg naar ons hotel. Na ons ingericht te hebben zijn we de buurt gaan verkennen. We hadden de volgende ochtend alweer een trein naar xian dus besloten we het beste te maken van de tijd die we hadden. Na de buurt van ons hotel verkend te hebben en een Mc Donalds stop voor Camiel te hebben gemaakt (na Chongqing een steeds vaker terugkomende routine) hebben we de metro gepakt naar het midden van het schiereiland waar Chongqing op ligt. Vanuit daar zijn we naar de rivier gelopen, je kon daar een kabelbaan pakken maar we zagen op het kaartje dat er aan precies de andere kant van het schiereiland ook een kabelbaan ging over de rivier aan die kant. Dus besloten we met een omweg daarheen te lopen zodat we nog wat meer van het eiland zagen. Aangekomen bleek de kabelbaan gesloten te zijn en liepen we diep bedroefd terug richting de metro. Het begon al donker te worden dus besloten we naar een hotpot restaurant te gaan. Vooral Chongqing staat bekend om zijn super pittige hotpot maar in heel Sichuan en de provincie van Chongqing wordt hotpot verkocht. In de meeste hostels die we de afgelopen tijd hebben bezocht staat er ook een hot pot shot count op de wc muur gekrast. Hot Pot is een pot met een soort van pittige bouillon erin die rood gekleurd is van de hoeveelheid pepers. De pot wordt midden op de tafel op een pit gezet waar hij begint te koken. De gerechten die je erbij besteld worden rauw geserveerd op schaaltjes waar je ze vanaf kan pakken en in de pot kan houden waarna je ze gaar gekookt kan verorberen. Wij hadden pompoen, aardappel, schapenvlees, rundervlees en eenden darmen. Wat een feestmaal! Daarna terug naar het hotel en eigenlijk waren we van plan naar bed te gaan maar een Deen vroeg ons mee naar een bar om Tsjechië-Rusland te kijken. Leuke wedstrijd en na een tijdje kwamen er ook wat vrolijke Chinezen bij zitten die als motto hadden dat geen westerling voor zijn bier zou betalen zolang zij erbij zaten dus bleven de rondjes maar komen. Uiteindelijk zaten we met zijn alle straal bezopen om het tafeltje. Een van de Chinezen was directeur van een kerncentrale in de buurt van Chongqing, hij bood ons ook nog aan om ons er een rondleiding te geven maar helaas hadden we al trein tickets voor Xian. Na vriendelijk bedankt te hebben voor de biertjes, en geprobeerd te hebben om telefoon nummers uit te wisselen, wat jammer genoeg door de taal barrière niet echt wilde lukken zijn we ons bedje ingekropen. Na een paar uurtjes slaap hebben we de trein naar Xian gepakt.

Chengdu

In Chengdu aangekomen zijn we naar Mix hostel gegaan. Een leuk youth hostel waar we met Stijn hadden afgesproken. Na Stijn ontmoet te hebben zijn we wat biertjes langs een rivier gaan drinken en daarna bij de McDonald's gaan eten. Wel verdiend vlees na het lange wandelen op de Emei. In de avond zijn we naar de film gegaan, the Avengers. De dag erna besloten we om te gaan zwemmen. Uitgedost in onze zwembroekjes zijn we naar een zwembad opzoek gegaan. Camiel wou ook nog kijken naar elektronica dus gingen we in de buurt van een elektronica complex opzoek naar een zwembad. Tegen de middag vonden we uiteindelijk een zwembad. Het bleek alleen pas om 7 uur open te gaan en het was een slecht onderhouden olympisch pis bad. Dus besloten we de resterende uurtjes van de dag door te brengen met dumplings eten en een computer voor Camiel zoeken. Uiteindelijk keerden we goedgevuld maar zonder computer terug in het hotel. In de avond hebben we met de rest van de Nederlanders in het hotel Nederland-Denenmarken gekeken voor diep bedroefd naar bed te gaan. De volgende ochtend besloten Stijn en ik dat we wel weer toe waren aan een Nederlands maal en zijn we in de plaatselijke supermarkt opzoek gegaan naar een degelijke pot pindakaas. Vervolgens hebben we een tempel bezocht in de buurt van het hotel. Na 4 maanden tempels wordt je een beetje tempel ziek dus we hielden het vrij snel voor gezien. Stijn en ik wouden ook zo snel mogelijk terug naar het hotel om een broodje pindakaas te nuttigen. In de avond kwam Stijn met het idee om te gaan BBQen in een restaurant. Geweldig idee want je mag er onbeperkt vlees eten wat je zelf bereid op een BBQ die in de tafel is ingebouwd. We hebben er vervolgens het grootste deel van de dag gezeten en met zijn drieën de tent bijna falliet gegeten. De dag erna besloten we om zo vroeg mogelijk op te staan en de panda's van Chengdu met een bezoekje te verblijen. De beesten vielen erg in de smaak. Ze lagen een beetje in hun verblijf met een hoop bamboe op hun buik waar ze af en toe een paar happen van namen. In de avond besloten we ons aan een gekke Chineze maaltijd te wagen; konijnen koppen. Het was opzich best lekker maar wel even wennen om de tong uit de kop van het beest te trekken om er vervolgens een hap van te nemen. Het was ook nog best een werkje om de schedel open te breken en de hersentjes er uit te eten, die een beetje meelerig smaakten. Uiteindelijk was het best wel te eten maar het was te veel werk voor te weinig vlees  dus eindigden we de avond in de plaatselijke noodles tent om onze buikjes goed te vullen voor het slapen gaan. De volgende ochtend moesten we jammer genoeg alweer afscheid nemen van Stijn. Hij ging de bergen in, in de hoop een Sky burrial mee te maken en wij namen de trein naar Chongqing.

Leshan & Emei-Shan

In Leshan aangekomen zijn we direct nadat we bustickets naar Emei geregeld te hebben met de taxi naar de grote buddha gegaan, het doel van ons bezoek hier. De Buddha zelf lag op een groot parkachtig terrein waar nog meer beelden stonden en ook een paar tempels waren. Het was een mooie omgeving en er was veel te zien. Om bij de Buddha te komen moesten we eerst nog een bergje over en na een afdaling over een smal pad in de bergwand boven een brede rivier stonden we aan zijn voeten. Het was een enorm beeld dat aan de rivier uit de rotsen was gehakt. Je kon langs de rotswand weer omhoog komen om hem 75 meter hoger in zn ogen en oren te kijken. Na het bekijken van de Buddha hadden we het wel weer gehad en moesten we ook haast gaan maken om de laatste bus naar Emei-Shan te halen. Na een uurtje in de bus waren we in Emei en hebben we een taxi naar een hostel gepakt. Daar ingecheckt en wat gaan eten. De volgende ochtend hebben we onze grote tassen achter gelaten in het hostel en hebben we de bus naar de hoogste stop op de berg gepakt. Hier kwamen enorm veel bussen en het puilde uit van de Chinezen. Vanaf het busstation was het nog 2 uur lopen naar de top. Gelukkig kwamen we na een kwartiertje bij een punt waar de meeste chinezen een kabelbaan naar de top pakken en werd het pad wat rustiger. Het was een flinke klim die vooral zwaar was omdat het grootste deel van het pad uit trappen bestond. Ondanks dat de berg in de mist was gehuld was het erg warm. Op de top was het weer drukker omdat we weer samen kwamen met de tourgroepchinezen. Er waren een paar tempels en een gouden Stupa helemaal bovenop, maar door de mist was hij niet heel duidelijk te zien. Ook van het uitzicht was niets te zien, maar toch was het op de top ook wel mooi. Na rustig aan de tempels en de zingende bedevaartsmonniken te hebben bekeken zijn we weer aan de afdaling begonnen. In het laatste stuk voor de parkeerplaats was opeens een troep apen verschenen die touristen van hun eten probeerden te beroven. Ik was een stukje vooruit gelopen en stond de chinezen die hun eten in moesten leveren uit te lachen en te fotograveren, maar tegen de tijd dat Thomas er weer aan kwam had een vrij grote aap het op de cakejes die ik aan de buitenkant van mn rugzak had hangen gemunt. Aangezien Thomas me had verteld had dat het echt kutbeesten zijn en ik geen zin had om gebeten te worden heb ik ze na een korte struggle maar afgegeven. We hoorden dat er op de weg naar beneden nog veel meer apen zaten dus bij de parkeerplaats hebben we een stok meegenomen om verdere belagers een lesje te leren. Tot aan de eerste tempel onderweg zijn we er geen meer tegen gekomen, maar daar aangekomen zagen we er meteen een zitten. Omdat ik nog steeds wraak wilde besloten we in de aanval te gaan, maar zodra we te dichtbij kwamen begon de aap ook te chargen en zijn we snel weg gerend. Bij de uitgang van de tempel hadden we alleen een probleem. Er zat een grote groep apen precies op de plek waar wij langs moesten. Gelukkig zijn  ze bang voor monikken en renden ze weg zodra er eentje aankwam. Die dag zijn we nog maar een groep tegen gekomen die niks deed. De tocht verder was vrij slopend voor onze knieen en aan het eind hadden we er meer dan genoeg van. S'avonds zijn we in een tempel gaan slapen. Dit was alleen way overpriced en we kregen een rare kamer met smerige bedden. Het probleem was dat we geen andere keus hadden dus we hebben het maar gedaan. De volgende dag zijn we met minder zin en goede moed aan de rest van de tocht naar beneden begonnen. Dit deel was gelukkig wel korter dan de dag ervoor en het ging voorspoedig. We zijn nog door de joking monkey-zone gekomen. Daar zaten verreweg de meeste apen. Ze zaten in groepen strategisch op de paden, maar om dit te omzeilen was er een heel netwerk van kleine paadjes en bruggetjes aangelegd zodat er altijd wel een aapvrije route is. Het laatste deel van de route was weer heel druk, reden: een parkeerplaats dichtbij waardoor de chinezen niet ver hoeven lopen. Door de drukte zijn we nog een stuk verkeerd gelopen omdat we de bordjes niet konden zien. Beneden hebben we de bus terug naar het hotel gepakt en hebben we de spullen opgehaald om daarna de bus naar Chengdu te pakken.

Backdoor Yunnan-Sichuan

Vanuit Deqin zijn we met de bus terug gegaan naar Shangri-la. Een vrij aparte rit langs een snelweg in aanbouw waarbij we op de achterbank vergezeld werden door twee kittens en waarbij de bus nog een wiel dreigde te verliezen. Dit werd ter plekke eventjes vast gedraaid en daarna konden we weer lekker verder over de met afgronden omgeven bergweggetjes. Ons plan was nu om door het hoogland de provincie Sichuan binnen gaan om dan via een aantal kleinere stadjes naar de hoofdstad van de provincie, Chengdu, te gaan. Het liefst waren we dan direct van Deqin naar Xiãngchéng gegaan, maar dat was niet mogelijk. Wel hadden we nu nog de kans om de Limestone terassen van Báishuîtái nog te zien dus daar zijn we nog een dagje langer voor in Shangri-la gebleven. Om in Báishuîtái te komen hebben we een bus genomen over kleine weggetjes door mistige dalen en bergjes. Na ongeveer 4 uur kwamen we in een wat groter dal waar een dorpje lag met daarboven een stuk anders gekleurde berg. Dit bleek Báishuîtái te zijn. Een beetje teleurgesteld hebben we toch maar een kaartje gekocht en zijn we de vervallen trappen op geklommen om de terassen te bekijken. Van dichtbij zagen ze er gelukkig beter uit dan van verweg, maar het was nog steeds niet de busrit van twee keer 4 uur waard. Na een uurtje rondgelopen te hebben en nog snel even wat gegeten te hebben ging de bus alweer terug en konden we weer genieten van een dit keer nog wat vollere bus met weinig beenruimte. Terug in Shangri-la heb ik nog yak hotpot gegeten en heeft Rhomas nog een laatste yakburger naar binnen gewerkt. De volgende dag hebben we de hele dag in de bus doorgebracht. Ook bij deze bus moesten de wielen onderweg nog een keertje aangedraaid worden. Dit keer geen snelweg in aanbouw of mooie geasvalteerde wegen door bemistte dalen, maar gewoon een lekkere landweg over de bergen waar we een paar uur geen huis tegen zijn gekomen. Op het busstation van Xiãngchéng hebben we geprobeert om bustickets te regelen om de dag erna naar Litang te gaan. We kregen te horen dat er geen bus naar Litang ging en dat er alleen om 6 uur s'ochtends een bus naar Kanding ging. Voor Litang zouden we een miniban moeten huren. Gelukkig waren we niet alleen, er zaten ook een Israelische jongen en meisje in de bus die het zelfde van plan waren. We besloten om samen de volgende ochtend te proberen of we met de bus naar Kanding mee konden. Zo gezegd zo gedaan. Om 6 uur stonden we in de regen klaar, maar we mochten niet mee. We zijn toen toch maar in een minivan gestapt die ons voor 100 yuan per persoon naar Litang wilde brengen. Dit was een hobbelig ritje en Thomas en ik zaten ook nog eens achterin dus dat gaat nog meer op en neer. Ik was alleen wel al lang blij dat ik mn benen weer eens kon strekken na al die oude bussen in de bergen die niet op lange westerlingen gebouwd zijn. Het uitzicht onderweg was het mooiste van alle busritten die we de laatste tijd gemaakt hadden. We reden op 5000 meter hoogte over een uitgestrekte rotsige hoogvlakte waar bijna niemand anders reed. En toen we eventjes stopten om een paar foto's te schieten begon het zelfs een beetje te sneeuwen. Na 4 uur door dit soort tafrelen gereden te hebben kwamen we in Litang. Toen we uitstapten was het niet veel warmer dan op de hoogvlakte en vroren we zo'n beetje dood omdat we onze korte broeken en slippers nog aan hadden. We zijn snel op zoek gegaan naar een hostel, maar toen we lekker met warme kleren aan binnen zaten was het nog steeds koud. Toen we weer wat warmer waren zijn we de deur uit gegaan voor wat te eten en om de stad te bekijken. Ongeveer halverwege de stad kwam er een enorm konvooi van militaire trucks langs rijden. In de dagen erna hebben we er nog een paar lang zien komen en ook in de stad zelf was veel politie en leger op de been. Dit was waarschijnlijk omdat het onrustig was geweest in dit deel van Sichuan. Er zijn protesten geweest en er waren een paar monikken die zichzelf in brand hebben gestoken. Het gebied was ook afgesloten geweest en wij hadden geluk want het was net weer open gegaan voor touristen. In het stadje zelf waren we opzoek naar een groot tempelcomplex. Dit konden we jammerhelaas niet vinden, maar wel kwamen we uit bij een enorme stupa waar een heleboel oude mensen en kinderen omheen liepen. Volgens het tibetaanse buddihsme brengt dit geluk. Toen we verder liepen in de stad begon het alleen weer te regenen en zijn we terug gegaan naar het hotel. Daar hebben we de rest van de middag doorgebracht en daarna zijn we met een australische mafketel wat gaan eten. De volgende dag was een lazyday waarbij we maar de helft van onze plannen uitgevoerd hebben. Na een laat ontbijt zijn we weer op zoek gegaan naar de tempel, dit keer met meer geluk.  Het complex bestond uit 3 grote gebouwen met elk hun eigen gebedshal. In de eerste zat een grote groep monniken te bidden, we wisten alleen niet zeker of we naar binnen mochten dus toen zijn we naar de volgende gegaan. In de tweede hal stond een enorme Buddha en in de wanden stonden nog een stuk of 300 kleine buddha's. En in de laatste gebedshal stond een nog grotere buddha vergezeld door nog een paar grote beelden. Na het tempelbezoek hebben we geprobeert om bustickets te regelen voor de dag erna, dit wilde alleen niet wrg lukken. Wel vonden we een minivan die ons voor 100 yuan pp naar Kanding kon brengen. Tijdens het avondeten in het zelfde tentje als de dag ervoor kwamen we onze Israeliers weer tegen. Ze hadden nog meer Israeliers ontmoet en wilden de volgende ochtend naar een skyburial gaan. We besloten om er ook heen te gaan en spraken voor de volgende ochtend vroeg af. De skyburial is een rituele begravenis waarbij monniken het lijk in stukjes choppen en het dan aan de vogels gevoerd wordt. Dit gebeurt buitn de stad, dus we moesten eerst een half uurtje lopen. Toen we op de plek van het ritueel aankwamen circelden er al een paar gieren rond maar op onze groep touristen na was er niemand. Na ongeveer anderhalf uur wachten in de kou kwam er een minivan met Chinezen aan. Wij informeren hoe het ermee zit, zeggen ze doodleuk dat er vandaag geen begravenis is omdat er niemand is overleden. Een beetje teleurgesteld zijn we toen maar terug gegaan naar de stad om wat te gaan eten. Daarna zijn we met onze eerder busgenoten op zoek gegaan naar de minivan die ons voor 100 yuan zou meenemen. Bleek hij verdwenen te zijn en alle andere chauffeurs vroegen veel meer. Omdat we dit het niet waard vonden zijn we bustickets voor de volgende dag gaan halen en zijn we nog een nacht gebleven.  Dit was dus een mislukte dag, en zeker ook omdat we later hoorden dat er toch een skyburial was geweest. De dag erna hebben we weer ouderwets gezellig in een volle bus op hobbelige zandweggetjes doorgebracht. Na een lange rit zijn we in Kanding naar het dichstbijzijnde hostel gegaan. Daarna de stad ingegaan en een beetje doelloos tondgezworven. Kanding was weer een niet heel bijzonder stadje maar het hostel was wel gezellig en er zaten ook mensen die we eerder in Litang tegen gekomen waren. De avond lekker in de lobby doorgebracht en volgende dag alweer vroeg opgestaan om de bus te pakken naar Leshan.

Deqin

Deqin is een stadje in het noorden van Yunnan. Het ligt vlak bij de grens met Tibet en is een prima uitvalsbasis om de uitlopers van de Himalaya te verkennen.
Omdat Deqin zelf heel saai is en je er eigenlijk niks kan zijn we direct na aankomst naar feilai temple gegaan. Een tempel met een dorpje op een wat hoger gelegen bergflank. Vanaf daar had je al meteen prachtig uitzicht op de tegenoverliggende bergen, waaronder Meili snow mountain. Het doel van onze tocht.

De volgende ochtend zijn we na het ontbijt rond gaan lopen op zoek naar andere touristen die ook het dal in wilden voor een wandeltocht. Daarvoor moet je eerst met een minivan naar beneden en die zijn met zn 2en veel te duur.
Al vrij snel ontmoetten we een Australier en een Rus die het zelfde van plan waren. Later kwamen daar ook nog een Engelse en een Australische bij. Nu hoefden we alleen nog maar een chauffeur te vinden die ons voor een redelijke prijs naar beneden wilde brengen.
Na een ritje van 2 uur kwamen we in Xidang. Omdat het al te laat was om de tocht te beginnen zijn we met z'n allen naar het enige hotel van het dorp gegaan en hebben we daar rond gehangen.

De volgende ochtend hebben we geprobeert om vroeg te vertrekken omdat we een lange tocht voor de boeg hadden. Uiteindelijk liepen we rond 9 uur het dorp uit.
Het eerste deel van de route leidde ons afwisselend over smalle paadjes op droge bergwanden hoog boven de Mekong rivier en wat vlakkere stukken met dorpjes en graanvelden waar de mensen druk bezig waren om de oogst binnen te halen.
Na ongeveer 4 uur kwamen we bij een diep zijdal met een snelstromend riviertje dat in de Mekong uitmondde. Vanaf hier was het voor de rest van de dag straightforward klimmen door het wat vochtigere en dichterbeboste dal. Tegen het eind van de middag begon het pad alleen wat minder duidelijk te worden en splitste zich een aantal keer. Hier zijn we een aantal keer verkeerd gelopen totdat we eindelijk bij een van de verlaten uitziende hutjes een lokale boer zagen zitten die ons met veel moeite de weg heeft gewezen. Na een vermoeiend en demotiverend laatste deel kwamen we dan eindelijk aan in het dorpje waar we wilden overnachten. Bij aankomst in het dorp zagen we wel meteen dat de tocht de moeite waard was, want de besneeuwde toppen die we al een tijdje niet meer gezien hadden waren opeens heel dichtbij en onze hoop om in de sneeuw te staan groeide weer.
In het hotel kwamen we een Israelisch meisje tegen dat we in Shangri-la al hadden ontmoet toen ze op zoek was naar mensen die ook naar Meli gingen. We besloten om de volgende ochtend naar een bevroren meer te lopen terwijl de Australier en de Rus uit zouden slapen.

We zijn de volgende ochtend vroeg vertrokken omdat we hadden gehoord dat de tocht heen en terug 10 uur zou gaan duren (Achteraf bleek dit zwaar overdreven te zijn).
Eerst met volledige bepakking naar het volgende dorp vanwaar we de dag erna weer zouden vertrekken en daarna in het gezelschap van een Pool die we ook al eerder tegen waren gekomen richting het meer.
Het pad richting base-camp ging behoorlijk steil omhoog en we raakten de Pool daar al snel kwijt omdat hij veel te snel was voor ons. Zelf dreigden we het Israelische meisje er uit te lopen, maar we besloten om toch maar op haar te wachten. Ondanks dat het allemaal redelijk moeizaam ging waren we gelukkig nog steeds sneller dan de Chineze touristen en kwamen we na anderhalf uur bij base-camp. Daar zat de Pool uit te rusten samen met een Amerikaan die ons ook in had gehaald. Van daaruit zijn we weer met hun op getrokken alleen we hielden ze totaal niet bij. Een uurtje later kwamen we aan bij het (nog niet eens half) bevroren meer. Dit viel een klein beetje tegen ondanks dat we er niet heel veel van hadden verwacht eind Mei. Er lag daarintegen wel een flinke berg sneeuw dus wij waren helemaal gelukkig! Na lekker wat rond gekloot te hebben op slippers en in korte broekken in de sneeuw werd het wel een beetje fris en begon het licht te regenen. Ook kwamen er de hele tijd mini rotslawines naar beneden. Het leek ons beter om maar terug te gaan naar het dorp. De terugtocht ging flink wat sneller dan de heenweg omdat we nu vrijwel alleen omlaag gingen. Toch zaten we er aan het eind flink doorheen en hebben we de rest van de middag op de veranda van het hotel door gebracht waar we een prachtig uitzicht hadden op de besneeuwde bergtoppen.
Voor het avondeten besloten we om buiten het hotel te gaan eten omdat er allemaal varkenskoppen en andere rare stukken vlees aan de deur van de keuken hingen. In een ander hotel kwamen we de Rus en de Australier weer tegen. We hebben daar een hele tijd op eten zitten wachten dat ze uiteindelijk niet voor ons hadden. Bij een ander hotel hadden ze wel wat te eten voor ons, maar ook dat duurde een hele tijd. Na het eten hebben we afscheid genomen van de Aussie en Rus en zijn we met de Israelische terug gegaan naar ons hotel en gaan slapen.

De volgende ochten wilden we heel vroeg vertrekken en hebben we om 5 uur een wekker gezet. Maar het was nog donker dus we besloten tot 6 uur verder te slapen. Om 6 uur besloten we dat we ons oorspronkelijke plan om de bus van 12 uur in Deqin te pakken te laten gaan en door te slapen tot 8 uur.
Na een snel ontbijt zijn we met z'n 2en begonnen aan een tocht van 800 meter omhoog naar de bergpas die ons terug leidde naar Xidang. Na twee uurtjes klimmen waren we boven en begonnen we aan de vijf uur durende tocht naar beneden. Hier kwamen we een hoop meer Chineze touristen tegen dan op de route die we op de heenweg genomen hadden. Ook waren er een heleboel ezel karavaantjes die voorraden naar de bergdorpjes brachten.
Het eerste deel was wel leuk omdat het een mooi bergpaadje was waar we overheen liepen, maar het laatste uur liepen we over een zanderige bergweg waar ook auto's reden en waar geen einde aan leek te komen. We waren dan ook blij toen we eindelijk weer in het dorp waren en lekker konden gaan zitten wachten op de bus naar Deqin.
Aangekomen in Deqin hebben we nog geprobeert om meteen een bus naar Shangri-la terug te pakken, maar die bleek alleen s'ochtends te gaan. We zijn toen ingechekt in het enige hotel van Deqin en zijn nog een beetje rond gaan kijken in het stadje. We werden alleen maar heel veel aangestaard en er was helemaal niets te doen of te zien dus we zijn maar vroeg gaan slapen.

Shangri-la

In Shangri-la aangekomen voelde Camiel zich nog steeds niet lekker dus bleef hij in het hotel. Ik ben met de Canadezen het dorpje een beetje gaan verkennen. Je kon er heerlijke yak spiesjes en yoghurt halen op het dorpsplein. Ik had nog nooit yak gegeten dus dat moest ik natuurlijk proberen. Yak is een echte aanrader! Heerlijk vlees! Daarna hebben we een beetje rondgelopen opzoek naar souvenirs en hebben we een volksdans bekeken. Vervolgens zijn we uiteten gegaan; yak hot pot. Heerlijk! Het werd ook op een super manier geserveerd. In een pot met houtskool zodat het kokend heet bleef. Daarna terug naar het hotel, camiel voelde zich al beter, uiteindelijk zijn we niet te laat in bed beland. De volgende ochtend bleef Camiel uitslapen terwijl ik met de Canadezen heb ontbeten en een tempel heb bezocht. Toen we terug kwamen in het hotel kwam Camiel eindelijk zijn bed uit. Daarna zijn we met z'n alle het dorp in gegaan waar Camiel zijn achterstand aan yak spiesjes inhaalde. De rest van de dag hebben we doorgebracht in het hotel van een paar Engelsen die we ook in de gorge waren tegen gekomen. Tegen de middag moesten we jammer genoeg afscheid nemen van de Canadezen die richting Chengdu vertrokken. In de avond zijn we uiteten gegaan met de Engelsen en vervolgens naar een bar waar we onder het genot van gin en tonics een paar potjes pool hebben gespeeld. Daarna zijn Camiel en een van de Engelse naar bed gegaan terwijl ik nog even wat eten ging halen met de andere. De volgende ochtend kreeg ik op mijn kop omdat ik te laat terug was gekomen waardoor de receptionist wakker moest blijven om op me te wachten. Daarna zijn we naar de Engelsen gegaan en hebben we tendums gehuurd. We zijn naar een super grote tempel gefietst waar we jammer genoeg niet in zijn gegaan omdat het te duur was. Daarna zijn we gaan poolen. In de avond moesten de Engelsen jammer genoeg weg dus na in de bar afscheid te hebben genomen zijn we in de bar blijven hangen met Greg en Suki, een schot en een Chinees die we hadden ontmoet. We zijn tot 12 uur in barretjes blijven hangen daarna terug gegaan naar het hotel omdat het sluitingstijd was. Gelukkig heeft Suki een telefoon nummer geregeld met haar Chinees zodat we langer uit konden gaan en zij iemand voor ons kon wakker bellen als we naar binnen wouden. Na een lange nacht zijn we voor een paar uurtjes naar bed gegaan om in de bus te pakken naar DeQuin!

Tiger Leaping Gorge

Na te zijn aangekomen bij de tiger leaping gorge zijn we gelijk begonnen met wandelen. De tiger leaping gorge is een van de diepste kloven ter wereld. Eerst waren we van plan om een nachtje in het dorp aan het begin van de gorge door te brengen maar de buschauffeur stelde voor om onze grote bagage in een guesthouse aan het einde van de gorge te droppen. We hadden helemaal geen voorbereidingen getroffen maar gelukkig was er een winkeltje aan het begin van de gorge. Na wat water en koekjes te hebben gekocht begonnen we met lopen. Het was een lange vermoeiende wandeling maar we hadden de hele tijd prachtig uitzicht. De meeste mensen deden het begin van de gorge in twee dagen maar aangezien we niks bij ons hadden besloten we maar in een keer door te lopen. Er was een stuk 'the 28 turns' waar je met 28 haarspeldbochten bijna kaarsrecht omhoog de berg op ging. Tijdens de lunch zijn we nog een aantal leuke Canadezen tegen gekomen, zij bleven echter halverwege slapen. We waren de toch om half 12 begonnen en om half 7 kwamen we eindelijk aan in Tina's, de guesthouse waar onze spullen lagen.  De volgende ochtend hebben we uitgeslapen. Camiel lag nog te maffen dus ben ik in m'n eentje ontbijt gaan halen. Toen ik de eetzaal binnen kwamen zaten de Canadezen daar ook. Een van de Canadese meisjes wou nog verder naar beneden toe, dat was weer een wandeling van een paar uur. Camiel was ziek en de andere Canadezen hadden geen zin dus zijn we met z'n tweeën naar beneden gegaan. Het was een leuke wandeling waarvan je ook stukken van 10-20 meter met ladders moest afleggen. Toen we eindelijk beneden waren hebben we even bij de rivier gezeten die super wild was. Daarna zijn we weer naar boven gelopen om samen met de rest de bus naar Shangri-la te pakken.

Lijiang

Na een leuk hotel te hebben gevonden, en een portie aardappeltjes naar binnen te hebben gewerkt zijn we het stadje gaan verkennen. Een van de eerste dingen die ons opviel was de jade dragon snow mountain die je vanuit het hoogste punt in het dorp kon zien liggen. Tevens prachtig uitzicht over het dorp. Het is een leuk dorpje met mooie oude huisjes. Jammer genoeg zit het helemaal volgepropt met Chinese toeristen. In de avond hebben we een of andere volksdans bekeken en daarna zijn we naar bed gegaan. Na een heerlijk ontbijtje zijn we richting de black dragon pool gelopen. De oude drinkwater voorziening van het stadje. Een foto van het meertje met op de achtergrond te besneeuwde bergtoppen bleek ook een van de meest begeerde plaatjes van zuid west China te zijn. Jammer helaas was het meertje leeg gepompt en was er alleen een uitgedroogde vlakte over. Natuurlijk kwamen we hier pas achter na een toegangskaartje te hebben gekocht. In de avond zijn we ergens in de nieuwe stad uiteten gegaan.   De volgende ochtend hebben we fietsen gehuurd. Ons plan was om naar een klooster in de buurt van de jade dragon snow mountain te fietsen. Het was een langere rit dan verwacht en bergopwaarts maar het was een mooie manier om het landschap te verkennen. We zijn langs allerlei kleine leuke dorpjes gekomen, een stuwmeer waar de plaatselijke bevolking in lag af te koelen en op de kleinere landweggetjes waren er ook allerlei mensen bezig met de graan oogst binnen halen.  Na een paar uurtjes fietsen kwamen we eindelijk in het klooster aan. Het was een mooi klein kloostertje, voordat we weg gingen begonnen de monniken te zingen. De volgende dag hebben we de bus naar de tiger leaping gorge gepakt.